Baanreglement

 

Bodem in renovering.

  1. Ligt de bal van een speler op een stuk grond waaraan gewerkt wordt (gemarkeerd door  blauwe palen of een witte grondmarkering) en waarop niet gespeeld mag worden, of hindert zo’n stuk grond waaraan gewerkt wordt de Starthouding of de ruimte voor een beoogde swing van de speler, dan moet de speler gebruik maken van een vrije slag volgens regel

    25 – 1.

     

  2. Uit

    Uit is de grond waarop niet gespeeld mag worden. Uit wordt door witte palen aangegeven.

    De buitenlijn wordt aan de zijkant van het speelveld op bodemhoogte aangegeven met de voorste punten van de palen.

    Een bal is uit als deze helemaal buiten de wedstrijdbaan ligt.

    Ligt de van speelbaan 4 gespeelde bal ergens op een kort gemaaid deel van fairway 16 – in de speelrichting tot aan de sloot – dan is de bal uit. ( zie regel 27 )

     

  3. De stroomleiding van baan 1.           

    Raakt de speler op baan 1 de stroomleiding of de elektriciteitspalen, dan moet de slag zonder straf herhaald worden. ( Hindernis volgens regel 24 )

     

    Bescherming van jonge planten.

  4. Wordt u bij het innemen van de basishouding of bij de ruimte voor een beoogde slag gehinderd door jonge planten of bomen die zijn ondersteund door palen – die gekenmerkt worden door gegoten ringen –, dan moet de bal zonder straf opgepakt worden en zo laten vallen dat dit  in overeenstemming is met de in artikel 24 – 2b geschreven handelwijze.

     

  5. Waterhindernissen.

    Waterhindernissen aan de zijkanten van de route zijn door rode palen aangegeven.

    Waterhindernissen die u op de route tegenkomt zijn door gele palen aangegeven.

     

  6. Gedrag bij onweer

Eén schot - Wedstrijd wordt voortgezet
Twee schoten - Wedstrijd wordt onderbroken
Drie schoten - Wedstrijd wordt gestopft
Dit moet worden opgevolgd. Als dit niet wordt nagekomen, dan volgt diskwalificatie.